Interview met dr. Jos Baeten

In het splinternieuwe Handboek Leren & Ontwikkelen in Organisaties van Noordhoff Uitgevers heeft dr. Jos Baeten, directeur van CSS Breda, hoofdstuk 13 over werkplekleren geschreven. Door de toenemende belangstelling voor werkplekleren is dit onderwerp voor het eerst opgenomen als hoofdstuk in het handboek. Wij stelden Jos enkele vragen over zijn visie op werkplekleren en het hoofdstuk!

Wat vind je van het resultaat van het handboek?

Ik vind het handboek als eindresultaat van al die schrijvers en ontlening van de driemanschap een unieke prestatie. Zoveel invalshoeken komen samen: van leren en opleiden, relatie- en organisatieveranderingen, tot aan het uitwerken van het werkplekleren. Dat is een knappe prestatie van al die mensen. Het handboek mag er echt wel zijn!

Waar komt de belangstelling voor werkplekleren vandaan?

De belangstelling voor werkplekleren is de afgelopen jaren flink toegenomen. Een eerste aanleiding voor de context van werkplekleren is de veranderende samenleving. Denk aan technologische ontwikkelingen, veranderingen in markten, in concurrentie, in regelgeving en wetgeving, in de bedrijfsvoering, et cetera. Door al die veranderingen hebben bedrijven nood aan snelle, acute kennisdeling. Die kennis is vaak op de werkplek aanwezig, wat het informele werkplekleren mogelijk maakt.

Als gevolg van die snelle veranderingen is ook de cognitieve informatieverwerking van mensen gewijzigd. De oude manier van leren volstaat niet meer en men richt zich tijdens kennisdeling meer op beelden, interactie en grafische vormgeving. Dit is een tweede aspect in de context van werkplekleren. Tot slot heeft werkplekleren een duurzaam aspect in zich. Het is een manier om mensen duurzaam te laten ontwikkelen bínnen een organisatie. Zo kunnen mensen langer blijven werken op een gezonde en verantwoorde manier.

De toegenomen belangstelling voor werkplekleren en mogelijkheden van technologie stimuleren tot nieuwe ideeën en concepten van werkplekleren.

“De oude manier van leren volstaat niet meer. Men richt zich tijdens kennisdeling meer op beelden, interactie en grafische vormgeving.”

“Je moest expertise hebben op gebied van formeel leren, maar niet zozeer op gebied van werkplekleren.”

Vanuit welke kennis en ervaringen heb je het hoofdstuk over werkplekleren geschreven?

Op basis van ervaringen uit meer dan 200 innovatieprojecten van leren en opleiden. Enerzijds in scholen, maar vooral in bedrijven en zorginstellingen. Het viel me op dat je expertise moest hebben op het gebied van formeel leren, maar niet zozeer op gebied van werkplekleren. Bovendien bleken er helemaal geen wetenschappelijk onderbouwde modellen of opvattingen te zijn, wat voor mij de drijfveer was om dat zelf te gaan doen. Zo heb ik eerst wetenschappelijk onderzoek gedaan en ben ik gepromoveerd in The Power of Peer feedback, waarna ik successievelijk, samen met klanten, het model van Werkplekleren met Leertechnologie heb ontwikkeld. Dit model was eigenlijk de aanleiding om in het handboek het hoofdstuk over werkplekleren te mogen schrijven.

Kun je kort toelichten wat er in het hoofdstuk wordt beschreven?

Eerst is er theoretische context waarin een aantal theorieën beschreven worden die samen een basis vormen voor het werkplekleren. Vanuit drie theoretische invalshoeken zijn we gekomen tot een definiëring van “een optimaal leerproces voor mensen die werken”. Daarnaast is er ook verdiept in “een optimale manier van leren vanuit het perspectief van de hersenen, van cognitieve informatieverwerking”. Die twee inzichten hebben geleid tot een opsomming van principes waaraan optimaal leren moet voldoen.

“Het Model van Werkplekleren voldoet in hoge mate aan het optimale leren.”

In het tweede deel van het hoofdstuk wordt het Model van Werkplekleren geïntroduceerd, dat in samenwerking met andere bedrijven is ontwikkeld. Dit model en de toepassing ervan voldoen in hoge mate aan het optimale leren. In het derde deel wordt het Model van Werkplekleren vergeleken met andere vormen van werkplekleren, met name On demand learningAgile learning en Performance support.

Wat heb je zelf geleerd bij het schrijven van het hoofdstuk?

Het heeft mij geleerd om gewoon nóg meer te verantwoorden waarom faciliteren van leren tot betere werkprestaties en resultaten kan leiden, ook voor de deelnemers. Ik heb vooral de praktijk als vertrekpunt genomen voor de theorie, wat me weer nieuwe inzichten heeft opgeleverd.

Welke boodschap wil je L&D professionals en onze lezers nog meegeven?

In alle organisaties die ik ben tegengekomen – en dat zijn er heel wat – is het formele leren voor 90-95% de basis van alles wat er aangeboden wordt. Er wordt dan gezegd dat werkplekleren wordt beleefd, maar in de praktijk is dit helemaal niet zo. Er is al een curriculum; het staat eigenlijk vast wat men leert. Ik denk dat de grote overstap van het formele leren (zoals trainingen, opleidingen, klassikale trainingen en e-learning) naar het informele werkplekleren nog moet komen. En dat is moeilijk, want het vertrekpunt is niet meer het curriculum of een inhoud, maar de werksituatie.

“Het vertrekpunt is niet meer het curriculum of een inhoud, maar de werksituatie.”

Naar mijn mening ligt hier een belangrijke taak voor L&D professionals. In organisaties gaat het om duurzame veranderingen van gedrag, en dat kan vanuit vier invalshoeken. Je kunt dat doen vanuit het management door allerlei taken, bevoegdheden, schema’s en structuren te veranderen en de mensen zich te laten aanpassen. Je kunt er externe bureaus voor inhuren. Je kunt die duurzame verandering proberen te realiseren via het formele opleiden. Of je kunt het bereiken via werkplekleren. Dat heeft iets minder diréct resultaat, maar het is veel duurzamer. Het versterkt organisaties en hun adaptief vermogen.

“Werkplekleren heeft iets minder direct resultaat, maar het is veel duurzamer. Het versterkt organisaties en hun adaptief vermogen.”

Over CSS Breda

CSS Breda helpt organisaties een sterke en lerende organisatie te worden. Via uiteenlopende projecten op de werkplek bieden we alternatieven voor traditionele trainingen. Dit doen we door concrete professionaliseringsvraagstukken van uw organisatie om te zetten naar trajecten of programma’s in projectvorm die we verzorgen bij uw organisatie. Daarnaast helpt CSS Breda academies om het aanbod in leren en ontwikkelen te verrijken, aantrekkelijker én efficiënter te maken. Dit doen we door werkvormen gericht op werkplekleren te integreren in het huidige aanbod. Hierdoor sluit het aanbod beter aan op de behoefte van de medewerkers, wordt het leren leuker en heeft de academie concrete werkvormen voor werkplekleren. Met werkplekleren kun je medewerkers boeien, binden en behouden!

Wil je het Model van Werkplekleren zelf ervaren? Dan kun je vrijblijvend een bijeenkomst bijwonen over werkplekleren.